Branche organisatie VESP: “ Wij tillen het dak naar een hoger niveau”

 

Het gaat goed met EPDM in de Benelux. In Nederland en België is het een populair materiaal voor waterdichting van het dak. En niet alleen daarvoor: in toenemende mate wordt EPDM gebruikt voor luchtdichting en vijvers. Bart van Beek en Benno Nijenhuis van brancheorganisatie VESP lichten de huidige stand van zaken toe. “In Nederland hoeven we niet meer uit te leggen wat EPDM is.”
Brancheorganisatie VESP (Verenigde EPDM Systeem Producenten) werd op 5 december 1995 opgericht, toen EPDM nog een bescheiden rol speelde.

Benno Nijenhuis, voorzitter van de PR-commissie van VESP, vertelt: “Het toenmalige marktaandeel van EPDM was 3,3% van in totaal 18,6 miljoen m² verlegd dak. Het meest recente onderzoek naar het marktaandeel EPDM, uitgevoerd in 2019 door Dakenraad, noemt een marktaandeel van 20% bij 22 miljoen m² verlegd dak.” Goede samenwerking in de markt en verschillende eigenschappen van EPDM – het heeft een lange levensduur en is flexibel, worteldoorgroeibestendig, uv-bestendig, recyclebaar en vuurvrij te verwerken – hebben bijgedragen aan die groeiende populariteit.

EPDM, PVC, TPO

Volgens een recent verschenen rapport van AMI (Applied Market Information, een groep adviseurs met als doelstelling het verstrekken van marktinformatie aan de wereldwijde kunststofindustrie; zie Roofs december 2021) is de verhouding tussen bitumen en kunststof 50 – 50. Benno Nijenhuis legt uit: “PVC heeft een groter marktaandeel dan EPDM.
Ongeveer een kwart van de vierkante meters plat dak is bedekt met PVC.”

Bart van Beek, voorzitter van de Technische Commissie van VESP, voegt daaraan toe: “We hebben in Nederland vooral veel plat dak op distributiecentra. Voor distributiecentra wordt veelal PVC gekozen: PVC is goedkoper dan EPDM en snel aan te brengen, eigenschappen die bij zulke grote oppervlakken zwaar wegen. De lange levensduur van EPDM is bovendien bij distributiecentra niet belangrijk: die gebouwen worden daarvoor te snel afgeschreven. EPDM gaat langer mee dan de ‘boekhoudkundige’ waarde van een distributiecentrum.”

EPDM en PVC zijn hier de overheersende kunststof dakbe-dekkingen. In de Nederlandse kunststofmarkt speelt TPO/FPO geen grote rol, vertelt Nijenhuis: “In de landen rondom de Middellandse Zee is TPO/FPO geliefd als witte dakbedek-king. Doordat witte daken reflecteren, blijven panden onder een wit dak koeler. EPDM is nooit wit, omdat één van de bestanddelen roet is. Wil je EPDM wit maken, dan zal je dat roet moeten vervangen. Daarmee tast je de samenstelling van het product aan. Een EPDM-dak is geen wit dak. Maar dat is in Nederland helemaal niet van belang: we hebben één maand per jaar last van hitte, de rest van het jaar bewijst een zwarte dakbedekking zijn waarde.”

PLATDAKLAND MET BITUMEN EN KUNSTSTOF

“Afgezien van de woonhuizen zijn er in Nederland heel veel platte daken”, zegt Nijenhuis. “Nederland is een platdakland. Veel van die platte daken in Nederland heeft vanuit de historie nog steeds een bitumineuze afdichting. Worden die gerenoveerd, dan ligt het voor de hand om het bitumen te overlagen met bitumen. Maar daar zien we wel een kente-ring en ook bij nieuwbouw groeit de voorkeur voor EPDM. Ook waar afgestapt wordt van traditionele bouw, kiest men vaak voor EPDM.” Als voorbeeld van dat laatste noemt Van Beek modulaire bouw. “Daarbij gaat het over tijdelijke bouw bestaande uit aan elkaar gekoppelde units, die na vijf tot tien jaar gedemonteerd worden en elders opnieuw gebruikt. Op het dak legt men vaak EPDM.”
Van Beek: “De nieuwe generatie in onze branche kijkt vaak anders tegen kunststof dakbedekking aan. Jongeren waar- deren het dat kunststof schoner en prettiger werkt en brand- vrij verwerkt kan worden.” Nijenhuis voorspelt: “De dakdekker die werkt met brander en open vuur en sleept met rollen wordt een uitstervend beroep. Kunststof is beter voor het lichaam: minder sjouwen, geen vuur en niet rondlopen met een grote brander. Waar de oudere generatie nog het liefst met bitumen werkt, zien we dat de generatie die nu opkomt op het dak, vaker voor kunststof kiest.” Van Beek vertelt dat er regelmatig overleg is met VEBIDAK, de brancheorganisatie voor bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbedrijven. “Binnen de leden van VEBIDAK is een verschuiving zichtbaar van bitumen naar kunststof. Dat kan ook niet anders: kunststof dakbedekking heeft in Nederland inmiddels een marktaandeel van 50%.”
Eén verschil tussen de materialen is de prijs: EPDM is per vierkante meter duurder dan bitumen.

Nijenhuis rekent voor: “EPDM gaat vijftig jaar mee, bitumen aanzienlijk minder. Als je EPDM legt op een gebouw dat gemaakt is om vijftig jaar te blijven staan, hoef je gedurende het leven van het pand het dak niet te vervangen. Dat moet je meenemen als je je Total Cost of Ownership uitrekent. EPDM is dan de voordeligste keus. Anders ligt het met bitumen, dat in levensduur-berekeningen van gebouwen aanzienlijk lager wordt ingeschaald en binnen die periode één of twee overlagingen nodig heeft.”

MULTIFUNCTIONEEL EN CIRCULAIR

De keus tussen materialen wordt uiteraard niet alleen bepaald door het financiële aspect. Van Beek: “Een belangrijke trend is dat daken voor meer gebruikt worden dan waterdichtheid. Dat maakt de keus voor materialen belangrijker dan ooit tevoren.” Nijenhuis: “Als er nu een gebouw wordt neergezet, ligt het voor de hand dat het dak een functie gaat krijgen, maar staat vaak nog niet vast wélke functie. Wij raden dan ook met klem aan om in dat geval een product te kiezen dat voor elke functie geschikt is. EPDM is zeer geschikt voor solardaken, omdat de dakbedekking de levensduur van een solarsysteem overstijgt. Het is geschikt voor groendaken omdat het wortel-doorgroeibestendig is. En het is bestand tegen stilstaand water en daarmee ideaal voor waterretentiedaken.”

“De markt voor EPDM groeit nog door, maar hoeveel? Er is weinig vervangingsvraag, de lange levensduur werkt tegen ons”

LADDER VAN LANSINK

Een ander aspect dat meeweegt in de keuze voor mate-rialen, is duurzaamheid. Nijenhuis: “Als je het hebt over
de duurzaamheid van EPDM, dan kijk je naar de LCA
(Levenscyclusanalyse) of de EPD (Environmental Product Declaration), waarin aspecten als grondstoffen en energie-gebruik meegewogen zijn. De LCA of EPD wordt gebruikt om bouwproducten te ranken, bijvoorbeeld in de NMD
(Nationale Milieu Database). De LCA en EPD van EPDM zijn erg goed; milieutechnisch is het de beste keuze.” Hij vervolgt: “Wij gaan voor duurzaamheid graag uit van de Ladder van Lansink. Die schrijft voor dat de hoogste graad van duurzaamheid is: niet bouwen. Daar kunnen we in onze branche niet zo veel mee. De graad daaronder is reduce, waarbij je materialen uit de markt terughaalt.”

Van Beek: “Je kunt een EPDM-membraan van een dak verwijderen en op een ander dak leggen. Het membraan wordt daarmee opnieuw gebruikt. Of je kunt het devulkaniseren, waardoor het product weer een plastomeer wordt, dat dient als basis voor nieuwe EPDM.

Een andere optie is pyrolyse, waarbij je het materiaal verkleint in een shredder en verhit; na koeling is dan 64% van het materiaal overgebleven als grondstof voor nieuwe EPDM. Verder kan je het materiaal downcyclen en er bijvoorbeeld rubbertegels van maken. De op één na laagste graad is verbranden. EPDM heeft een hoog calorisch gehalte, dus het is een gewild product in verbrandingsovens. Eigenlijk is het enige probleem bij recycling dat we weinig te recyclen hebben. Met een levensduur van veertig tot vijftig jaar komt EPDM alleen terug als een gebouw gesloopt wordt of een ander gebruik krijgt.”

VESP TOONT WAARDE VAN SAMENWERKEN

Volgens Van Beek is het doel van VESP niet zozeer het marktaandeel van EPDM verhogen. belangrijker is de kwaliteit hoog houden, onder andere door goede verwerking van het materiaal. Een hoger marktaandeel is dan een logisch gevolg. We onderhouden daartoe nauwe banden met Tectum en VEBIDAK.

Elk VESP-lid verzorgt trainingen aan de verwerkers; dat is een voorwaarde om lid te mogen zijn. Met VEKUDAK (branchevereniging van fabrikanten en impor- teurs van PVC dakbedekking, red.) en andere instanties zitten we in het Platdak Overleg. Ieder daarin verdedigt natuurlijk zijn eigen belang, maar het overkoepelende doel is: het dak naar een hoger niveau tillen.” Nijenhuis: “En dat lukt. Veertig jaar geleden zeiden ze: ‘Als je niks kunt, dan kan je in de bouw gaan werken. Als je helemáál niks kunt, kan je op het dak gaan werken’. Dat beeld is helemaal veranderd, nu is werken op het dak iets waar je trots op mag zijn.”
Van Beek: “Het bijzondere is dat VESP grensoverschrijdend is: we zijn er voor de hele Benelux. Binnen Europa zijn er grote verschillen. In Nederland hoeven we, met een marktaandeel van 20%, niet meer uit te leggen wat EPDM is. In België is het marktaandeel maar liefst 35%, terwijl het in Duitsland maar 4,5% is en in Frankrijk nog minder. In de Benelux hebben we grote marktaandelen door samenwerking in de markt.”

Nijenhuis: “De leden van VESP zijn concurrenten maar hebben ook veel aan elkaar. Als je samen het EPDM-evangelie verspreidt, kan het marktaandeel groeien zodat iedereen verder komt. VESP toont aan dat je als je samenwerkt in de branche je meerwaarde voor ieder lid kunt halen.”

Nijenhuis: “EPDM heeft de laatste tien, vijftien jaar een bredere toepassing gekregen dan daken, het is een multifunctioneel bouwproduct geworden en wordt in toenemende mate gebruikt voor vijvers en luchtdichting van de gehele gebouwschil. Daar springt VESP op in, met een nieuwe website (www.vesp-epdm.com) waar die drie toepassingen elk aandacht krijgen.” Naast voorlichting is een belangrijke taak van de VESP betrokkenheid bij EN/NEN-normeringen. Van Beek: “Door nieuwe ontwikkelingen – denk aan solar-daken en multifunctionele daken – zijn er nieuwe eisen nodig. Daar moeten alle partijen over praten. We verdedigen de belangen van onze achterban bij normcommissies en BRL-commissies.”
“De markt voor EPDM groeit nog door, maar hoeveel? Er is weinig vervangingsvraag, de lange levensduur werkt tegen ons”, rondt Nijenhuis af. “Maar als een dak vervangen moet worden, staan we op de shortlist.” ■
nl_NLDutch